Een degelijke thuis is zoals de hoofdzekering in een elektriciteitskast. Zonder deftige woonst kan je ook de rest van je leven niet uitbouwen. In een vochtige woning word je ziek. Bij gebrek aan woonzekerheid ervaar je enorme stress. In een overbewoonde woning vinden kinderen geen rustige plek om hun huiswerk te maken. Door een te hoge huur moet je op andere levensnoodzakelijke dingen besparen. Kortom, wonen raakt aan de kern van een leven.

Dat recht op wonen wordt gedefinieerd in artikel 23 3° van onze grondwet en in artikel 1.5 van de Vlaamse Codex wonen dat als volgt luidt:

“Iedereen heeft recht op menswaardig wonen. Daartoe moet de beschikking over een aangepaste woning, van goede kwaliteit, in een behoorlijke woonomgeving, tegen een betaalbare prijs en met woonzekerheid worden bevorderd.”

Dit is meteen ook de missie van het Vlaams woonbeleid. Merk daarbij meteen op dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen bewoners die een eigen woning bewonen, er eentje privaat huren of sociaal huren. Het recht op wonen geldt voor iedereen. Dat is althans de theorie. In de praktijk is het beeld volledig anders, vooral op de private huurmarkt. Met huurprijzen die door het dak gaan, minimale kwaliteitseisen die niet gehaald worden, heel wat huurcontracten van korte duur en structurele discriminatie.

Sociale huur

Voor veel huishoudens is de sociale huurmarkt de beste oplossing om hun recht op wonen te verzilveren. Alleen stellen we vast dat nieuwe regels ook hier steeds meer afbreuk doen aan de kernelementen van het recht op wonen. Door de invoering van tijdelijke huurcontracten is de woonzekerheid afgenomen, de sociale huurprijzen zijn gestegen en er worden systematisch meer voorwaarden voor sociale huurders in de regelgeving geschreven.

Het lijkt alsof de overheid probeert om haar eigen tekort aan sociale woningen op te lossen door buitenproportioneel veel voorwaarden op te leggen aan wie wel sociaal huurt. Het afgelopen jaar werd de regelgeving ten aanzien van sociale huurders en kandidaat-huurders opnieuw verstrengd. Dat leidde er toe dat 8 organisaties naar het Grondwettelijk Hof stapten om diverse decretale bepalingen aan te vechten. Kort daarna steunden 12 organisaties een procedure bij de Raad van State om het besluit over een nieuw toewijzingssysteem aan te vechten.

Extra voorwaarden

In de procedure bij het Grondwettelijk Hof worden diverse elementen van de nieuwe regelgeving aangevochten. Zo leggen de verzoekende organisaties zich niet neer bij de verdere verstrenging van de taalkennisvereiste op de sociale huurmarkt tot het niveau A2. Ook het feit dat sociale huurders met arbeidspotentieel verplicht moeten inschrijven bij de VDAB is een brug te ver. Hierdoor ontstaat namelijk een niet te verantwoorden verschil in behandeling tussen niet-beroepsactieve personen met arbeidspotentieel die sociaal huurder zijn en niet-beroepsactieve personen met arbeidspotentieel die dat niet zijn.

De Vlaamse regering besliste ook dat sociale huurders die uit huis worden gezet omwille van ernstige overlast of verwaarlozing van de woning zich gedurende drie jaar niet meer kunnen inschrijven voor een andere sociale huurwoning. Nochtans gaat het vaak om mensen die tijdelijk niet over adequate woonvaardigheden beschikken, bijvoorbeeld omwille van geestelijke gezondheidsproblemen. Bovenop de uithuiszetting, die op zich al een ongeziene impact heeft op een alleenstaande of gezin, wordt dus een extra sanctie toegevoegd, en dat zonder rechterlijke tussenkomst. Deze regel zorgt er in de praktijk voor dat zeer kwetsbare huurders bijna 7 jaar uitgesloten worden van de sociale huurmarkt (de optelsom van de straftijd en de gemiddelde wachttijd na herinschrijving).

Tot slot worden buitenproportioneel veel gegevens uitgewisseld tussen de woonactoren, de overheden en derden. Door de steeds verdere voorwaardelijkheid te koppelen aan het wonen op de sociale huurmarkt, maakt deze Vlaamse Regering het mensen die in een moeilijke positie zitten nog moeilijker. Sociaal wonen verglijdt steeds meer van recht naar gunst.  

Toewijzing

In de procedure bij de Raad van state wordt het nieuwe toewijzingssysteem voor sociale huurwoningen aangevochten. Voor 80% van de toewijzingen zal de kandidaat-huurder moeten aantonen dat hij in de laatste tien jaar minstens vijf jaar onafgebroken in dezelfde gemeente of in het werkingsgebied van de woonmaatschappij woont. Deze voorwaarde kan niet afgezwakt worden, maar lokaal wel nog verder verstrengd.

De uitgesproken focus op lokale binding wordt zo een echt uitsluitingsmechanisme. Wie in een andere regio wil gaan wonen en nood heeft aan een sociale woning, wordt dat in de praktijk belet. Wie in een andere streek wil gaan wonen omwille van bijvoorbeeld huiselijk geweld, omdat de kinderen in die regio zijn gaan wonen, omdat je nog niet zo lang in het land bent of omdat je daar werk hebt gevonden, maakt in de praktijk quasi geen kans meer op een sociale woning.

We weten ook dat de verhuisfrequentie bij mensen in armoede veel hoger is dan gemiddeld en dat zij dus bijzonder moeilijk aan die strenge voorwaarde kunnen voldoen. Ook voor erkende vluchtelingen vormt dit een onoverkomelijke drempel, want uiteraard kunnen zij geen vijf jaar onafgebroken lokale binding aantonen.

De resterende 20% van de toewijzingen gebeuren als ‘versnelde toewijzing’. Mensen met een extra of acute kwetsbaarheid op de woonmarkt kunnen via deze weg instromen. Een limitatieve lijst van doelgroepen kan op deze manier instromen (mensen met een geestelijk gezondheidsprobleem die zelfstandig gaan wonen, mensen in slechte huisvesting, mensen in dreigende- dak- of thuisloosheid, jongeren die begeleid zelfstandig zullen wonen en mensen in bijzondere omstandigheden van sociale aard). Voor deze 20% toewijzingen wordt geen lokale binding opgelegd.

Eén op vijf is echter een grote achteruitgang tegenover het huidige toewijzingsbeleid. Met dit nieuwe systeem neemt het aantal toewijzingen voor mensen met een acute kwetsbaarheid sterk af. Wanneer we vergelijken met het huidige toewijzingssysteem, dan verliezen we straks één derde van het aantal toewijzingen voor de meest kwetsbare huurders. In sommige regio’s waar ze nu al veel toewijzen aan kwetsbare huishoudens, daalt dat zelfs tot onder de helft. Dat is een aanzienlijke achteruitgang tegenover de huidige situatie, zonder dat dit gestaafd wordt wegens redenen van algemeen belang.

Meer sociale huur

Dat sociale huurders zo geviseerd worden en de toegang aangescherpt wordt, heeft alles te maken met de schaarste aan sociale huurwoningen. Hoewel er in elke Vlaamse gemeente een ellenlange wachtlijst is, kan een gemeente of stad die 15% sociale huurwoningen heeft, niet meer rekenen op Vlaamse financiering. In plaats van er dus streng op toe te zien dat elk lokaal bestuur zijn verantwoordelijkheid neemt om een minimaal aantal sociale huurwoningen te voorzien, wordt er voor gekozen om welwillende besturen te blokkeren en in de praktijk een maximum op te leggen. Nochtans blijft sociale huur de meest duurzame oplossing voor mensen in woonnood. Laten we dus vooral onderzoeken hoe we de sociale huurmarkt snel en fors kunnen uitbreiden zonder de sociale huurders steeds meer te viseren.

Tijd voor Mensenrechten biedt een platform aan mensenrechtenexperten en gaat de kwaliteit van bijdragen na voor die op het platform verschijnen. Analyses en standpunten blijven niettemin de verantwoordelijkheid van de auteur.

Categorieën: Wonen

Joy Verstichele

Joy Verstichele is Coördinator van het Vlaams Huurdersplatform.

0 reacties

Een reactie achterlaten

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.