Al bijna 7 miljoen mensen vluchtten uit Oekraïne sinds de invasie van het Russische leger op 24 februari 2022. De reactie van zowel de buurlanden van Oekraïne als de Europese Unie (EU) op de vluchtelingenstroom is vanaf het begin erg solidair geweest: de grenzen zijn open gebleven, veel burgers hebben hen huizen aangeboden en regeringen hebben zich bereid verklaard om de  vluchtelingen op te vangen. In recordtijd heeft de Raad van de EU een consensus bereikt om de Tijdelijke Beschermingsrichtlijn te activeren, om er zo voor te zorgen dat mensen onmiddellijk een verblijfsstatus zouden krijgen. Dit staat in schril contrast met wat wij van de EU-lidstaten al jaren gewend zijn als het om vluchtelingen gaat: push-backs aan de grenzen, discussies over wetgeving die vastlopen zodra het over herverdeling van asielzoekers gaat en asielzoekers die soms jarenlang in mensonwaardige omstandigheden moeten overleven. 

De huidige reactie toont alvast aan dat de EU een menselijk vluchtelingenbeleid kan uitvoeren, zelfs met een heel hoog aantal aankomsten op een heel korte tijd. Hoe is dit mogelijk? Drie maanden na de uitbraak van de oorlog, in een nog erg wisselende context, is het nog vroeg om een zinvolle alomvattende analyse te maken van het EU-beleid en zijn toepassing. Het is wel reeds mogelijk om bij  een aantal elementen stil te staan, die hopelijk nuttig kunnen zijn om de respons op de Oekraïense vluchtelingenstroom later te evalueren en, vooral, het ruimer EU-beleid over internationale bescherming alsnog bij te stellen. 

Legale toegang en vrij verkeer

Een element dat Oekraïners onderscheidt van de overgrote meerderheid van andere mensen op de vlucht is dat zij, al sinds voor de oorlog, met een biometrisch paspoort zonder visum naar de EU mogen reizen en er tot 90 dagen kunnen verblijven. Zij mogen dus legaal de grens oversteken en reizen naar de bestemming van hun keuze. De Tijdelijke Beschermingsrichtlijn versoepelt de regels over het vrij verkeer binnen de Unie verder. Zo kunnen mensen die in aanmerking komen voor tijdelijke bescherming, bij aankomst aan een EU-grens ook zonder biometrisch paspoort toelating krijgen om door te reizen naar een andere EU-lidstaat. Dit is in lijn met artikel 8(3) van de richtlijn en staat duidelijk te lezen in de operationele richtlijnen van de Europese Commissie. Bovendien besloten EU-lidstaten om artikel 11 van de richtlijn niet toe te passen. Volgens dit artikel neemt een lidstaat een persoon die op zijn grondgebied tijdelijke bescherming geniet terug indien de persoon in kwestie zonder toestemming op het grondgebied van een andere lidstaat verblijft of daar probeert binnen te komen. Tijdelijke beschermden uit Oekraïne mogen zich daarentegen, zonder voorafgaande toestemming, in een andere lidstaat gaan vestigen en deze lidstaat zal hen opnieuw de tijdelijke bescherming verlenen. 

De meeste andere mensen op de vlucht bevinden zich in een heel andere situatie. Voor hen zijn er haast geen legale manieren om naar de EU te reizen en er internationale bescherming aan te vragen. Zij moeten beroep doen op mensensmokkelaars en gevaarlijke reizen ondernemen. Als zij levend in de EU aankomen, zijn zij bovendien aan de Dublin-verordening onderworpen, die bepaalt welke EU-lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielaanvraag. Dit systeem houdt geen rekening met de voorkeuren van de asielzoekers over hun eindbestemming en slechts in zeer beperkte mate met de aanwezigheid van familieleden in de EU. Het komt er meestal op neer dat asielzoekers zich moeten vestigen in de eerste lidstaat waar zij de EU binnen kwamen. Zelfs als zij uiteindelijk een beschermingsstatus krijgen, mogen ‘gewone’ vluchtelingen het land waarin zij erkend zijn niet verlaten om zich elders in de EU te vestigen. Zowel de vluchtelingenstatus als de subsidiaire bescherming zijn namelijk enkel geldig in de lidstaat die hen heeft verleend. 

Dit heeft nefaste effecten zowel voor de betrokkenen als voor het systeem. Mensen missen er ontzettend veel kansen mee. Zij kunnen zich vaak niet herenigen met hun familie en mogen geen werk zoeken waar zij de meeste kansen hebben om dat te vinden. Het systeem zelf komt bovendien onder druk te staan, omdat de meeste mensen per definitie in de landen aan de buitengrenzen van de EU moeten blijven. Toch hebben lidstaten zich tot nu toe hevig verzet tegen voorstellen om enigszins met de voorkeuren van asielzoekers rekening te houden binnen de Dublin-verordening. Ook in het “EU-Pact”, dat momenteel op de onderhandelingstafel ligt, is daar geen sprake van. Het is daarom revolutionair dat de Raad van de EU, in de beslissing die de Tijdelijke Beschermingsrichtlijn activeert, verklaart dat het feit dat Oekraïners vrij kunnen kiezen in welke lidstaat zich te vestigen “in de praktijk bevorderlijk [zal] zijn voor een evenwicht tussen de inspanningen van lidstaten, waardoor de druk op de nationale opvangstelsels wordt verminderd” (considerans 16).

Onmiddellijk bescherming

Dankzij de tijdelijke bescherming krijgen Oekraïners bijna onmiddellijk een verblijfsstatus. Zo kunnen zij zich snel richten op de volgende stappen om de draad van hun leven opnieuw op te pikken: huisvesting zoeken voor de langere termijn en gaan werken of verder studeren. Ook voor wie tijd nodig heeft om te rouwen en trauma’s te verwerken, neemt de zekerheid van een verblijfsstatus al een hoop angsten weg.

‘Gewone’ asielzoekers moeten vaak lang wachten op een antwoord op hun asielaanvraag. De asielprocedure vereist een individueel onderzoek en er bestaan specifieke criteria om voor de vluchtelingenstatus in aanmerking te komen. Het is dus normaal dat enige tijd nodig is voor asielinstanties om aanvragen grondig te onderzoeken. In de discussies over de nood aan snelle procedures en de daarbij gepaarde wetsvoorstellen, focussen beleidsmakers echter meestal op het versnellen van ‘kennelijk ongegronde’ aanvragen, eerder dan ‘kennelijk gegronde’. Dit terwijl het vaak moeilijker en riskanter is om snel te beslissen dat iemand geen nood aan bescherming heeft dan het omgekeerde. Bovendien, als het gaat over mensen die uit oorlogsgebieden komen, zoals het geval was bv. voor Syriërs in 2015, biedt de subsidiaire bescherming de mogelijkheid om zonder een al te omvangrijk onderzoek naar individuele beschermingsnoden een status te verlenen. Ook wanneer de activering van de tijdelijke beschermingsstatus dus niet te verantwoorden is (omdat er geen massale toestroom van mensen de EU binnenkomt), biedt de huidige EU-wetgeving al manieren om sneller te kunnen handelen.

Opvang in het hart van de gemeenschap

Oekraïners met tijdelijke bescherming zijn geen asielzoekers en vallen niet onder de toepassing van de EU Opvangrichtlijn. Het is dus normaal dat zij een apart opvangregime genieten. Toch is het opvallend hoe iedereen het vanzelfsprekend vindt dat zij zo snel mogelijk zelfstandig gaan wonen, terwijl andere mensen op de vlucht meestal opvang krijgen aan de rand van de maatschappij, in grootschalige opvangstructuren. 

Het is te vroeg om te zeggen dat het onthaal van Oekraïners succesvol is. Veel zal afhangen van het rol die de overheden daarin zullen spelen: hoe lovenswaardig burgerinitiatieven ook zijn, vluchtelingen opvangen is een belangrijke taak die expertise en middelen vereist. Landen zoals Roemenië of Polen, die tot nu toe met weinig asielzoekers te maken hadden en bovendien hun asiel- en opvangsystemen jarenlang hebben verwaarloosd, zullen hierin een tandje bij moeten steken. 

De ervaring van het middenveld in het begeleiden van asielzoekers leert alvast dat opvangmodellen die gebaseerd zijn op zelfstandig wonen en die ontmoetingen verzekeren tussen nieuwkomers en de lokale gemeenschap, de beste kansen bieden voor succesvolle integratie. Met de Oekraïners lijkt Europa dus de juiste weg in te slaan. 

Handelen zoals het hoort

Dat de EU het hoofd kan bieden aan een ongeziene vluchtelingencrisis én haar mensenrechtenverplichtingen kan nakomen is dus mogelijk omdat de EU hiervoor kiest. Als dit met andere vluchtelingen tot nu toe niet  gebeurd is, heeft dat vooral te maken met politieke wil. Het huidige wettelijke kader, indien correct toegepast, biedt al instrumenten om het beter te doen. De hervormingen die nodig zijn voor een volwaardig EU-asielbeleid zijn gekend. De EU kan dus alsnog kiezen om het ook voor alle andere mensen op de vlucht gewoon te doen zoals het hoort.

Tijd voor Mensenrechten biedt een platform aan mensenrechtenexperten, en gaat de kwaliteit van bijdragen na voor die op het platform verschijnen. Analyses en standpunten blijven niettemin de verantwoordelijkheid van de auteur.


Claudia Bonamini

Claudia Bonamini werkt sinds 2017 als beleidscoördinator bij JRS Europe (Jesuit Refugee Service). Daarvoor werkte zij 9 jaar bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen, hoofdzakelijk als beleidsmedewerker. Zij is gespecialiseerd in thema’s als toegang tot bescherming voor vluchtelingen, de asielprocedure en EU-asielbeleid.

1 reactie

anton · 8 juni 2022 op 15:36

Onze parochie is meteen begonnen aan een voedselinzamelingsactie ten behoeven van de Oekraine, in samenwerking met de organisatie SURYA EU, die al lang daar hulp biedt. Vanuit Nijmegen is een volle vrachtwaren vertrokken en ook Malden heeft 300 dozen met hulpgoederen geleverd.
Hoe de situatie nu is weet ik niet.
Anton van der Meer, Effata

Een reactie achterlaten

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.