Police Watch is een project van La Ligue des Droits Humains en de Liga voor Mensenrechten. Het project streeft drie doelen na: informeren, analyseren en rapporteren. Via de website en instagrampagina informeren ze mensen over hun rechten ten aanzien van politie en over wat politie wel en niet mag en kan doen tijdens een interventie. Ze informeren slachtoffers van politiegeweld over de instanties waar ze terecht kunnen en hebben een invulformulier opgesteld zodat getuigen melding kunnen maken van mogelijk problematisch gedrag van de politie. Tot slot stellen ze ook rapporten en beleidsadviezen op.

Tijd voor Mensenrechten sprak met één van de medewerkers van Police Watch, Ine Andriessen. Zij gidst ons door de problematiek van buitensporig politiegeweld.

In 2019 verloor Ayoub Bouda zijn broer Mehdi door een aanrijding door een politiewagen en is dit jaar één van de winnaars van de Prijs voor Mensenrechten 2022. Hij voert sinds 2020 campagne om de naam van zijn jongere broer te zuiveren met #JusticePourMehdi en in het algemeen voor meer transparantie en rechtvaardigheid in de behandeling van klachten over politiegeweld. Waarom is zo een campagne nodig?

Het is heel moeilijk om een klacht in te dienen en een onderzoek transparant te laten verlopen. Bovendien stellen we vast dat er soms desinformatie over het slachtoffer wordt verspreid in de media om het slachtoffer in diskrediet te brengen. Woordvoerders of burgemeesters stellen zich ook al te vaak beschermend op ten aanzien van de politiekorpsen, terwijl de erkenning van mogelijke misstappen en de daarbij horende verantwoording zo belangrijk zijn voor de gemeenschap en voor het vertrouwen in veiligheidsdiensten en justitie.

We zien heel vaak dat slachtoffers van buitensporig politiegeweld die een klacht indienen meteen ook een klacht tegen hen krijgen van de politie vanwege weerspannigheid of agressie, voorafgaand aan het politiegeweld. Deze klachten worden vaak apart behandeld, waardoor het moeilijk is om een volledig verhaal te krijgen over wat er precies is gebeurd.

De procedures verlopen ook heel traag en dat is voor de slachtoffers of nabestaanden zwaar. De familie van de zwarte jongen Lamine Bangoura die verstikt werd door agenten tijdens een uithuiszetting, heeft bijvoorbeeld pas meer dan drie jaar na zijn overlijden een begrafenis kunnen organiseren omdat het lichaam niet werd vrijgegeven.

Ook bij het inkijken van dossiers botsen we vaak op moeilijkheden of onvolledigheden. Papieren verdwijnen uit het strafdossier, of de camera valt net uit op het moment van overlijden, of de beelden geraken verloren. Bijkomend wordt via de media soms resoluut desinformatie verspreid over een slachtoffer en diens vermeende criminele achtergrond, wat voor de slachtoffers of nabestaanden bijzonder zwaar is.

De controleorganen op het politiewezen of het parket kunnen klachten behandelen van slachtoffers van politiegeweld, maar vele slachtoffers geloven niet in deze klachtenprocedures. Hoe kan het anders?

Het voorstel dat wij onlangs naar buiten brachten steunt op drie pijlers: onafhankelijkheid, toegankelijkheid en efficiëntie. Wij pleiten voor de vereenvoudiging van de klachtenmechanismen, want nu zijn er vele verschillende instanties en is het moeilijk om als slachtoffer te weten waar je moet gaan aankloppen.

Ons voorstel is dat er op lokaal niveau loketten komen die in de eerste plaats toegankelijk en zichtbaar zijn en losstaan van het politiekantoor. Aan dat loket moet iemand met een open houding zitten, die in de eerste plaats luistert en de persoon die een klacht wil indienen gelooft en het verhaal noteert zoals de persoon het wil vertellen. Vervolgens kan deze persoon samen met de klager bepalen wat er met de klacht kan gebeuren en deze dan dispatchen naar de juiste, verbeterde klachteninstanties.

Zijn er bepaalde gebeurtenissen uit de afgelopen jaren die aanleiding gegeven hebben tot de start van Police Watch?

Politiegeweld is van alle tijden, simpelweg door de aard van de taak van politie. Zij hebben het monopolie op geweld in onze samenleving en dus bestaat ook buitensporig politiegeweld al zolang als de politie bestaat. Denk bijvoorbeeld ook aan de mijnwerkersstakingen in de Borinage in de jaren ’30 waarbij mensen tijdens de betoging dodelijk in de rug geschoten werden door politiediensten.

Hoewel er vrijwilligers al sinds 2013 getuigenissen verzamelen over politiegeweld in België, is 2020 wel een opvallend jaar geweest. De politie interventies werden zichtbaarder in het straatbeeld door de handhaving van de coronamaatregelen, maar ook bij de mensen thuis. Er was ook veel frustratie over de onduidelijkheid over de toepassing van die maatregelen, inclusief bij de politie zelf trouwens. We hebben toen wel een kleine ontploffing gezien van klachten en getuigenissen, waarover we dan ook een rapport uitbrachten. Police Watch probeert echt een watchdog te zijn en ook vooral de kaart van de slachtoffers trekken. Wij willen achter hen staan en hun stem verdedigen.

Het is ook relevant om beleidsadviezen te formuleren, omdat we ook zien dat er een constante neiging is om de politie te versterken en geleidelijk aan te militariseren. Enerzijds blijft men veel besparingen doorvoeren, maar anderzijds is de politie overbevraagd. Er blijven nog steeds veel financiële middelen gaan naar politiediensten omdat zij in allerlei situaties moeten interveniëren, ook waar een interventie niet per se noodzakelijk of nuttig is.

Er zijn een heel aantal dodelijke slachtoffers van politiegeweld die veel media-aandacht gekregen hebben, maar de lijst van slachtoffers is uiteraard veel langer in de realiteit. Zijn er in die lijst van slachtoffers rode draden te vinden van oorzaken, omstandigheden of kwetsbaarheden die aanwezig zijn in dergelijke situaties van politiegeweld?

Iedereen die dood is gegaan in een politiecel of tijdens dan wel na een politie interventie zat in een kwetsbare situatie. Zo heeft een merendeel van de slachtoffers een migratieachtergrond. Een andere categorie van slachtoffers zit in een psychisch kwetsbare situatie. Een andere opvallende categorie is die van de dodelijke slachtoffers waarvan de omstandigheden van het overlijden onduidelijk zijn.

Laat mij eerst even ingaan op de tweede categorie, namelijk de personen met een psychische kwetsbaarheid. Politieagenten zijn eigenlijk nauwelijks of onvoldoende opgeleid om met deze personen en situaties om te gaan. Zij krijgen 1,5 jaar opleiding in België, terwijl personen die in zorginstellingen gaan werken met dergelijke personen een bachelor van 3 jaar moeten behalen vooraleer ze bekwaam geacht worden om met deze mensen om te gaan. Dat is een groot verschil.

Ten eerste is het logisch dat de instantie die de monopolie op geweld heeft, ook naar geweld gaat grijpen als zij met personen met een psychische kwetsbaarheid geconfronteerd worden. Het risico op escalatie is daardoor ook veel groter. De politie wordt ook vaak opgeroepen wanneer een persoon in een crisissituatie zit of onder invloed is bijvoorbeeld en daardoor als een bedreiging wordt bekeken, terwijl dat laatste niet altijd het geval is en het eerste niet altijd nuttig of noodzakelijk is.

Ten tweede zal een persoon in een overdreven stresstoestand zich bedreigd voelen, wanneer er enkele politieagenten in uniform hem of haar benaderen – ook al gebruiken zij nog geen geweld. Een uniform is bedreigend voor de meeste burgers, maar zeker voor personen in een verhoogde stresstoestand en voor personen met een migratieachtergrond, aangezien we het associëren met de idee dat we iets fout hebben gedaan. Ook daardoor is er een verhoogd risico op escalatie en, zoals we vaststellen, ook op dodelijk geweld.

In sommige gevallen is een persoon in een psychische of narcotische crisissituatie een bedreiging voor zichzelf of andere burgers, waardoor een politie-interventie legitiem en gepast kan zijn. Het lijkt niet evident om daar telkens een juiste afweging in te maken.

Wat we vaststellen is dat de politie begint te verwijzen naar “EDS” bij personen in dergelijke situaties. Dit is het zogenaamde “excited delirium syndrome” (EDS of ExDS). Dit werd bijvoorbeeld gebruikt bij Jozef Chovanec, die zogezegd een dergelijk syndroom zou hebben op het moment van de politie interventie in de luchthaven van Charleroi. Het is een soort van psychische staat waarbij personen geen pijnprikkels meer voelen en overdreven agressief worden. Binnen de politie worden daarover extra opleidingen georganiseerd om daarmee om te gaan, wat op zich positief lijkt. Maar wat extreem problematisch is, is dat het een diagnose is die door geen enkele medische autoriteit erkend wordt en in feite enkel in veiligheids- en politiewereld zo wordt benoemd en bovendien opgenomen als verantwoording voor het excessieve politiegeweld. Dan lezen we in politieverslagen dat het slachtoffer aan EDS leed en dat de agenten daar niet van op de hoogte waren.

Eigenlijk is dit een vorm van victim blaming, want de politie lijkt zo te stellen dat de staat waarin het slachtoffer zich bevond eigenlijk de oorzaak is van zijn of haar overlijden en dat zij enkel hun interventie hebben gedaan, zonder dat zij er iets aan kunnen doen dat de persoon zich al in deze staat bevond. De verantwoordelijkheid wordt hierdoor afgeschoven van de handelende agenten en het rechtvaardigt als het ware dat excessief geweld nodig is om de persoon te overmeesteren en de orde te herstellen.

Het gebruik van EDS komt overgewaaid uit de Verenigde Staten, maar daar werd er ook al wel veel onderzoek naar gedaan. Uit die onderzoeken blijkt bijvoorbeeld ook dat EDS veel vaker wordt “vastgesteld” bij personen van kleur dan bij witte mensen. Precies daarom is dit ook heel controversieel en lijkt het ons aangewezen om daar ook in België voor op te passen.

Uit jullie rapporten blijkt dat voornamelijk personen met een bepaalde huidskleur, taal of uiterlijke kenmerken eerder en frequenter wordt geviseerd door politiediensten en dat zij hierdoor ernstige nadelen ervaren. Op zichzelf zijn die politie-interventies nochtans niet fysiek gewelddadig, aangezien er bijvoorbeeld enkel een identiteitscontrole plaatsvindt. Waarom moet dit toch als politiegeweld worden beschouwd?

In het rapport wordt een parallel getrokken tussen personen met een migratieachtergrond en mensen die sociaal achtergesteld worden, bijvoorbeeld mensen die vaak op straat zijn of thuisloos zijn en zich vaker in de publieke ruimte begeven omdat ze uitgesloten worden van werk. Ook in de klachtenbehandeling ondervinden deze groepen van mensen de meeste obstakels in hun weg naar waarheid en gerechtigheid. Vaak wordt gezegd dat politiegeweld wordt uitgelokt omdat mensen zich agressief gedragen, maar dat is typisch het verhaal van de kip en het ei.

De politie ziet het weerwoord of de weerspannigheid van de burger als het startpunt van de escalatie, terwijl personen die systematisch geviseerd of gediscrimineerd worden door de politie dat startpunt van escalatie vroeger in de tijd leggen, namelijk bij het punt dat de politie uitgerekend hen (weeral) aanspreekt voor geen aantoonbaar rechtvaardige reden. 

Sommigen kaarten dan weer aan dat het geweld ten aanzien van politieagenten ook toeneemt, net zoals het geweld tegen bijvoorbeeld buschauffeurs of zorgverleners. Hebben jullie zicht op de gevallen van geweld tegen agenten?

Dit argument wordt inderdaad bijna altijd aangehaald als antwoord door de politiekaders of beleidsmakers wanneer er iets in de media verschijnt over buitensporig politiegeweld. Dat is fout. Het zijn twee verschillende verhalen.

Zeker voor agenten die pas begonnen zijn, moet het inderdaad enorm zwaar zijn om opgeroepen te worden voor allerlei situaties waar niemand zich eigenlijk in wil bevinden, niet als burger, maar ook professioneel niet. Agenten worden inderdaad geconfronteerd met soms bijzonder traumatische gebeurtenissen, zoals bijvoorbeeld huiselijk geweld. Dat dit zwaar is voor agenten moet zeker worden erkend, maar dat kan helemaal geen excuus zijn om buitensporig politiegeweld te verantwoorden of te vergoelijken.

De politie en beleidsmakers moeten kunnen toegeven dat de politie steeds een grotere verantwoordelijkheid draagt dan de burger. Een burger kan vanalles hebben meegemaakt in zijn of haar leven en we kunnen niet verwachten dat die de-escalatietraining heeft gevolgd, bijvoorbeeld. Als een burger uit zijn krammen schiet, is het de verantwoordelijkheid van de politie om dat enerzijds te kunnen plaatsen waarom zij dit doen en anderzijds daar gepast mee om te gaan.

In een politieopleiding moet dat veel meer aan bod komen. De verantwoordelijkheid om de-escalatietechnieken aan te leren en toe te passen ligt bij de politie, eveneens als de verantwoordelijkheid om agenten te rekruteren die welwillend zijn om inzicht te krijgen in situaties van mensen.

Bij de selectieprocedure moet rekening gehouden worden met de mate waarin een agent met een paraplu-blik kan kijken naar de situatie waarin mensen zich bevinden. In het verlengde daarvan moet ook bij beginnende en ervaren agenten in het oog gehouden worden of zij niet te kort door de bocht gaan in hun omgang met burgers of bepaalde bevolkingsgroepen. De misstappen, groot of klein, of uit de hand gelopen tussenkomsten van agenten moeten opgevolgd, besproken en geremedieerd worden binnen de korpsen zelf om verbetering te bekomen.

De overbelasting van de politiediensten is trouwens ook een probleem dat aangepakt moet worden, en wij adviseren daarover om taken over te hevelen naar een beter gefinancierde sociale dienstverlening. Zo kunnen we sterkere gemeenschappen bouwen waarbij problemen ook aangepakt en opgelost kunnen geraken zonder dat daar personen bij betrokken worden die een wapen dragen en die daar in de eerste plaats niet voor zijn opgeleid. De besparingen in de sociale sectoren, overal in Europa trouwens, hangt samen met de overbelasting van de politiediensten en de steeds toenemende verantwoordelijkheden van de politie, met alle frustraties en gevolgen van dien.

Dit interview is van de hand van Louise Janssens, advocaat bij Liedekerke Wolters Waelbroeck Kirkpatrick.

Categorieën: Politie

0 reacties

Een reactie achterlaten

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *