“Een land voor de toekomst”. Zo heette de online burgerbevraging van de federale overheid waarmee die input wilde verzamelen over de toekomst van onze democratie en staatsstructuur. Op 5 juni werd deze bevraging afgesloten. Tijd voor Mensenrechten blikt terug. Wat ging goed? Wat moest beter? We spraken erover met Wietse Van Ransbeeck van CitizenLab, een onderneming die de democratie wil versterken via burgerparticipatie.

Wat is CitizenLab en wat doen jullie?

Wij werken rond online burgerinspraak. Aline en ik zijn 6 jaar geleden met CitizenLab gestart, toen nog als studenten. Wij hebben een platform ontwikkeld om het makkelijk te maken voor burgers om te participeren in lokaal beleid. Daarop kunnen ze onder meer ideeën delen, discussiëren en stemmen. Dat is in essentie wat we aanbieden aan de overheden.

Wat is jullie algemene visie op democratie en de rol van burger daarin?

Onze visie op democratie is eigenlijk waarom we CitizenLab zijn gestart. We willen de democratie representatiever maken. Wij willen ervoor zorgen dat de besluitvormers meer en een grotere diversiteit aan opinies verkrijgen, om zo het beleid beter te informeren. Maar misschien even een stapje terug. Het is allereerst onze missie om de kwaliteit van de besluitvorming beter te maken. Ons einddoel is om de publieke besluitvorming inclusiever, participatiever en responsiever te maken. Dat is ons hoofddoel en daarom werken we ook nauw samen met overheden. We willen het debat creëren rond wat vandaag op de politieke agenda staat. We zijn niet activistisch, we willen de besluitvormers niet vervangen, maar we willen hen meer voeling doen krijgen met wat de noden van burgers zijn, alsook het makkelijker maken voor burgers om hun stem te laten horen.

Eén van de hoofdzaken waar we het met jullie over willen hebben, is de grote burgerbevraging van de federale regering over de mogelijke wijzigingen aan de Grondwet: het project “Land voor de toekomst”. De federale regering heeft gekozen voor een digitaal platform. Wat is de grote meerwaarde van een digitaal platform ten opzichte van een analoge manier van werken, zoals bijvoorbeeld burgerpanels die fysiek samenkomen?

Het grote voordeel is dat je veel meer mensen kan bereiken. Offline burgerpanels zijn minder breed, daarom dat die twee elkaar moeten aanvullen. Is het ideaal om enkel te werken met een digitaal platform? Neen, want je hebt uitdieping nodig. Het probleem met dit digitaal platform is dat er heel veel complexe informatie wordt meegegeven, en dat louter in een online omgeving. Idealiter geef je deelnemers de kans om zich te verdiepen in de materie, bijvoorbeeld door ze uitgebreid te confronteren met het advies van experten. Dat is heel moeilijk te realiseren in 30 minuten, zeker van achter je computer.

Inderdaad, we hebben de bevraging ook bekeken en één van de vragen was om in 50.000 woorden je visie op de Belgische staatsstructuur te geven. Wie is er in staat om daarop on the spot een antwoord te bieden?

Inderdaad, dat is een tweede tekortkoming van de bevraging. Ze biedt heel open vragen, zonder enige richting voor een antwoord aan te geven. Zo krijg je als deelnemer te weinig inzicht in het vraagstuk waarop de overheid een antwoord wil. Men had beter gewerkt met kleinere vragen.

Maar om terug te komen op de vorige vraag. Die twee aspecten, die breedte en die diepte, die moeten samengaan. Wij hebben ook intern nagedacht over hoe een ideaal design eruit zou kunnen zien. Een online platform kan een manier zijn om interactie te bekomen over de bevindingen die uit offline burgerpanels komen. Want dat is het grote voordeel van online platformen: je kan veel meer mensen betrekken.

Bovendien biedt technologie ook andere mogelijkheden. In een Belgische meertalige context bijvoorbeeld, kan je burgers in dialoog laten gaan, ook al spreken ze elkaars taal niet. Een digitaal platform biedt ook voordelen op vlak van transparantie over het proces. Waar zitten we in proces, wat zijn de beslissingen, welke input is er meegenomen? We zijn ook wel van mening dat als je eenmaal dieper moet gaan, je burger-experts nodig hebt. En daar gaat een digitaal platform vaak tekortschieten. Als je daarentegen enkel een offline burgerplatform organiseert, kan het heel veraf voelen voor de rest van de bevolking. Beiden moeten dus tegelijkertijd en complementair worden ingezet. Daarom is de Conference for the Future of Europe bijvoorbeeld een veel beter design. Daar heb je wel die twee dynamieken.

Wat is jullie inschatting over Conference for the Future of Europe? Qua design is dat een heel inspirerend voorbeeld, maar kan zoiets echt een impact hebben binnen een bureaucratische machine als de EU? Zien jullie dat politici vragende partij zijn voor die info en daar effectief mee aan de slag gaan, of gaat het eerder om windowdressing?

Eerst en vooral is het belangrijk om hier een onderscheid te maken tussen het lokaal niveau en het Europees niveau. Lokale bevragingen gaan over lokale actie, met korte beleidscycli. Op Europees niveau is de beleidscyclus veel langer, gaat het om een veel complexere materie en dat maakt burgerparticipatie natuurlijk veel moeilijker. Daar is veel voorkennis voor nodig. Dat is één belangrijk onderscheid. Wat is de impact van burgerparticipatie? Ik denk dat die op een lokaal niveau veel groter is dan op een Europees niveau. Dat maakt ook wel dat het spannend is om een bevraging op Europees niveau te ontwikkelen. We kunnen nog veel leren over welke methodologieën daar zouden werken.

Een tweede punt is de bereidheid van beleidsmakers. Daar zien we wel echt een grote verandering ten opzichte van 6 jaar geleden wanneer we met CitizenLab zijn gestart. Toen moesten we nog heel sterk uitleggen waarom burgerparticipatie nodig is. Daar zijn we voorbij. Vandaag staat er geen vraagteken meer bij die ‘waarom’. Er is veel meer politieke wil om daarmee aan de slag te gaan. Ik denk dat beleidsmakers ook beseffen dat het oude bestuursparadigma van in besloten kring beslissingen te maken niet meer werkt. Beleidsmakers beseffen ook het belang van vroeg genoeg met hun burger in gesprek te gaan, hen mee te nemen in het proces, om zo ook in the end draagvlak te vinden voor het beleid dat ze maken. Dus daar zien we veel meer politieke wil.

Een groot verschil tussen de federale burgerbevraging en wat jullie proberen doen is de interactie tussen burgers. Er was bij de federale bevraging geen mogelijkheid om te interageren. Bij een heel beperkt aantal vragen was er de mogelijkheid om commentaar te geven, maar enkel bij de onderwerpen die je zelf voorstelde, niet bij de zes hoofdthema’s. Hoe belangrijk is die interactie voor jullie?

Heel belangrijk, want dat maakt deel uit van het publieke debat dat je wil structuren en vormgeven. Als er enkel één-op-één communicatie is tussen burger en overheid heb je geen debat. Dan heb je enkel de mogelijkheid om je idee te spuien, zonder je idee te vormen door in gesprek te gaan. Burgerpanels daarentegen laten een uitwisseling van argumenten toe, waarbij er geëxploreerd wordt wat de verschillende opties zijn, alvorens een oordeel of een opinie te vormen.

Een ander aspect dat vaak naar voren komt als het gaat over online bevragingen is de representativiteit. Dat is één van de grote voordelen van analoge panels. Het gaat dan misschien om een kleine groep, maar je kan er via statistische representativiteit wel voor zorgen dat die groep representatief is voor bredere bevolking. Bij online bevragingen is dat een groter probleem, want daar speelt al een vorm van zelfselectie. De mensen die meededen aan de burgerbevraging “Land voor de Toekomst” zullen doorgaans mensen zijn die al geïnteresseerd zijn in het vraagstuk hoe een staat moet worden vormgegeven. Wat is jullie mening over (een gebrek aan) representativiteit?

Daar wil ik een paar zaken over zeggen. Een eerste punt is: je moet dat in kaart brengen. Binnen onze projecten brengen we de censusdata binnen om zo in kaart te brengen wat de representativiteit is van een project. Niet met het doel om per se representatief te zijn, maar vooral om de overheid te kunnen informeren over hoe representatief de input hier is.

Zodat het voor de overheid ook duidelijk is waar er mogelijk een zwart gat zit en welke mensen ze eventueel nog op andere manieren moeten betrekken?

Exact. Eén van de voordelen van online participatie is ook dat je veel meer jongeren kan betrekken. Die haken vaak af in tijdrovende processen; dat werkt beter voor ouderen eerder. Je moet opnieuw die complementariteit gaan zoeken.

Een tweede punt is ook dat het belang van die statistische representativiteit zal afhangen van het doel van het participatieproces. Gaat het over prioriteiten stellen, mee besluitvorming beïnvloeden, dan is die representativiteit heel belangrijk. Gaat het daarentegen om het verzamelen van ideeën, dan is representativiteit niet het hoofdpunt.

Dat lijkt ook één van de problemen rond deze bevraging te zijn. Men is eerst een methodologie gaan maken zonder te weten waarvoor die eigenlijk moest dienen, wat het doel net was.

Inderdaad. De rol van aanbestedingen is daarin ook heel belangrijk. Hierin kan een overheid het kader uittekenen en het vraagstuk waarmee ze zitten en dan de ruimte geven aan experten om met methodologieën te komen. Maar die ruimte was er hier niet. Het was eigenlijk al voorgekauwd.

Moest de agenda niet eerst bepaald worden door de burgers? Zien jullie een mogelijkheid om aan bottom-up agenda setting te doen als het gaat om grote constitutionele vragen? Of speelt zich dat te hoog boven de hoofden van de mensen af en laten we het dan beter aan de overheid om zelf prioriteiten te leggen, omdat zij weten waar de pijnpunten liggen in de Belgische grondwet? Voor de duidelijkheid: er is wel gewerkt met een groep experten die aantal issues zijn gaan aanduiden.

Ik denk dat je in een ideaal proces die thema’s, vooraleer je die gaat voorleggen, mee gaat laten bepalen door burgers. Daar het proces starten. Dat had de betere methodologie geweest. Je had kunnen starten met wat de vragen zijn waarover we het willen hebben. Dat moest op een participatieve manier gedaan worden. Vandaaruit kan je dan verder werken om mensen te laten dialogeren en oplossingen te zoeken. Nu was het te voorgekauwd.

Ons ideaalscenario was om enerzijds een online meertalig platform had, waarbij iedereen kon deelnemen en waarop die sleutelthema’s vooraf participatief bepaald werden. Anderzijds kon je dan burgerpanels opzetten die werden bijgestaan door experten en die dieper ingingen op meer technische vraagstukken. Er moesten ook bijeenkomsten zijn om met mekaar in gesprek te gaan, mogelijk via online videogesprekken om het laagdrempelig te houden. Het burgerpanel had dan de input van het brede publiek kunnen meenemen in verdere deliberatie begeleid door experten. Zij zouden verschillende toekomstscenario’s kunnen opstellen die vervolgens opnieuw aan het brede publiek online worden voorgelegd. Zo krijg je een constante interactie die ervoor zorgt dat er veel mensen betrokken zijn, maar tegelijkertijd diepte wordt gevonden.

Dit interview is van de hand van Ronald Van Crombrugge en Louise Reyntjens, beiden onderzoekers aan KU Leuven.


Wietse Van Ransbeeck

Wietse Van Ransbeeck is chief executive officer & mede-oprichter van CitizenLab.

0 reacties

Een reactie achterlaten

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.