Is Titel II van de Grondwet, waarin de grondrechten staan opgesomd, toe aan een update? In ‘Titel 2.0′ brengt Tijd voor Mensenrechten interessante voorstellen samen, voor hoe zo’n update er zou kunnen uitzien.

Meer en meer landen (zoals Rusland in 2020 en recent nog Italië) verankeren de bescherming van dieren in de Grondwet. Ook in België is dit onderwerp actueel, met grondwetsvoorstellen zowel tijdens de vorige als de huidige legislatuur. Dierenwelzijnsorganisatie GAIA organiseerde een nationale campagne, om de voorstellen kracht bij te zetten. Voor deze bijdrage focussen we op de vraag of en hoe dierenrechten in de Grondwet ingeschreven zouden kunnen worden. Hierbij onderscheiden we drie pistes: dierenwelzijn als beleidsdoelstelling, dierenwelzijn als socio-economisch grondrecht en dierenwelzijn als klassiek grondrecht.

Dierenwelzijn als beleidsdoelstelling

De piste om dierenwelzijn als beleidsdoelstelling in te schrijven in de Grondwet werd reeds verkend in het wetsvoorstel van 25 april 2017 betreffende de herziening van artikel 7bis van de Grondwet. Concreet wensten de initiatiefnemers een tweede lid aan artikel 7bis toe te voegen dat zou luiden: “Bij de uitoefening van hun respectieve bevoegdheden streven de federale Staat, de Gemeenschappen en Gewesten naar zorg voor dieren als wezens met gevoel”. Het voorstel is qua formulering geïnspireerd op artikel 13 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en artikel 20a van de Duitse Grondwet. Net zoals artikel 13 VWEU, de semi-grondwettelijke dierenwelzijnsintegratiebepaling op EU-niveau, verwijst het voorstel naar ‘dieren als wezens met gevoel’. Naar analogie met de Duitse dierenwelzijnsstaatsdoelstelling, die ingeschreven is onder de titel ‘Der Bund und die Länder’, werd ervoor gekozen een gelijksoortige Belgische dierenwelzijnsbeleidsdoelstelling in te voeren onder “Ibis: ‘Algemene beleidsdoelstellingen van het federale België, de Gemeenschappen en de Gewesten’”.

De indieners geven onder meer aan dat de ratio legis van het wetsvoorstel betrekking heeft op de erkenning dat “dieren een eigen belang en een eigen waardigheid hebben”, die overheden in hun beleid in overweging dienen te nemen. In hoeverre dit voorstel echter werkelijk impact zal hebben op het dierenwelzijn is maar de vraag. In tegenstelling tot het Duitse Grondwettelijk Hof, kan het Belgische Grondwettelijk Hof bijvoorbeeld niet toetsen aan beleidsdoelstellingen (dus ook niet aan een eventuele dierenwelzijnsbeleidsdoelstelling), wat een gemiste kans zou zijn van de grondwetgever om in effectieve (rechterlijke) bescherming te voorzien. Een socio-economisch grondrecht voor dierenwelzijn zou hieraan tegemoet kunnen komen.

Dierenwelzijn als socio-economisch grondrecht

Als reactie op de ontoereikendheid van het wetsvoorstel werd een amendement ingediend om dierenwelzijn te verankeren in artikel 23 van de Grondwet, dat wel onder de autonome toetsingsbevoegdheid van het Grondwettelijk Hof valt. De optie om dierenwelzijn in te schrijven als socio-economisch grondrecht heeft verschillende voordelen, waaronder de mogelijkheid van rechtstreekse toetsing door het Grondwettelijk Hof. Daarnaast zou verankering ervoor zorgen dat het standstill-effect van artikel 23 geldt. Deze laatste waarborg zou garanties bieden tegen een aanzienlijke achteruitgang van het beschermingsniveau van het dierenwelzijn. Een groot nadeel van deze piste, inherent aan (Belgische) socio-economische rechten, is het principieel gebrek aan verticale en horizontale rechtstreekse werking, waardoor ze niet onmiddellijk opeisbaar zijn voor de (burgerlijke) rechter.

Naar volwaardige erkenning van dierenrechten?

Een laatste optie is dat de Belgische grondwetgever zich ambitieuzer opstelt en resoluut kiest voor de piste van volwaardige dierenrechten. In de hierboven besproken opties staat het bevorderen van het welzijn van dieren wel centraal, maar gaat het conceptueel nog steeds om mensenrechten. Daarbij is de mens de directe begunstigde en het dier slechts de indirecte begunstigde. Voor het activeren van dergelijk recht is dus steeds een -al dan niet kunstmatige- link met de mens nodig en kunnen de belangen van het dier niet autonoom in beschouwing worden gebracht. Het is de mens die als rechtssubject optreedt.

Bij dierenrechten daarentegen worden rechten gecreëerd in hoofde van het dier als rechtssubject en dus niet langer in hoofde van de mens. In Zwitserland werd onlangs via een referendum gestemd over het al dan niet invoeren in de kantonale grondwet van Basel-Stadt van het recht van niet-menselijke primaten op leven en op lichamelijke en mentale integriteit. Aangezien slechts 25% van de inwoners van Basel-Stadt voor dierenrechten stemde lijkt hier vooralsnog onvoldoende maatschappelijk draagvlak voor te bestaan… tenminste in Basel-Stadt. Een peiling afgenomen door IPSOS in 2017 bij Belgen tussen de 18 en 75 jaar geeft hoopvolle resultaten voor ons land. 42% van de deelnemers ging immers akkoord met de stelling dat de Belgische Grondwet dieren het recht op leven zou moeten toekennen. Op regionaal vlak, specifiek in de provincies Luik en Luxemburg zien we zelfs dat de resultaten oplopen naar respectievelijk 50% en 53%.

Met deze vaststelling in het achterhoofd, kunnen we de Belgische grondwetgever aanmoedigen om deze revolutionaire piste te verkennen, die zou kunnen zorgen voor een echte en volwaardige erkenning van “De Belgen en hun (dieren)rechten”.


Elien Verniers

Elien Verniers is doctoraatskandidaat Milieurecht aan de Universiteit Gent met specialisatie Dier & Recht.

0 reacties

Een reactie achterlaten

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.