Bij de ontwikkeling van klimaatbeleid mogen mensenrechten niet over het hoofd worden gezien. Deze bijdrage gaat na welke principes we kunnen afleiden uit het recht op gezondheid, met bijzondere aandacht voor personen in armoede. De groep wordt immers disproportioneel hard getroffen door de schadelijke gevolgen van klimaatverandering. Hun ondersteuning is volgens de Europese Commissie dan ook niet enkel een kwestie van billijkheid en solidariteit, maar een maatschappelijke noodzaak.

Het belang van een mensenrechtelijke aanpak

Hoe de klimaattransitie dient te gebeuren, blijkt een moeilijk vraagstuk. Mensenrechten, met het recht op gezondheid voorop, kunnen hierbij een cruciale leidraad vormen. Deze link is niet nieuw. In 2022, bijvoorbeeld, werd het recht op een veilig, schoon, gezond en duurzaam leefmilieu expliciet als mensenrecht erkend in een VN-resolutie. Ook in het groeiend aantal klimaatzaken worden mensenrechten aangewend om klimaatbeleid af te dwingen.

Deze bijdrage belicht hoe het recht op gezondheid de wetgever kan sturen, met bijzondere aandacht voor personen in armoede. Deze groep wordt immers disproportioneel hard getroffen door de schadelijke gevolgen van klimaatverandering. Hun ondersteuning is volgens de Europese Commissie dan ook niet enkel een kwestie van billijkheid en solidariteit, maar een maatschappelijke noodzaak.

Leven in armoede beïnvloedt de gezondheid negatief, een fenomeen bekend als “gezondheidsongelijkheid”. Zo stellen groepen met een lager inkomen preventieve zorg doorgaans uit wegens een gebrek aan middelen, waardoor ze vervolgens vaker in het ziekenhuis worden opgenomen. Naast een ongelijke toegang tot gezondheidszorg, lopen personen in armoede door hun socio-economische leefsituatie een hoger risico op een slechte gezondheid. Dit komt bijvoorbeeld door hun onevenredige blootstelling aan vervuiling. Toegepast op de situatie van klimaatverandering, worden personen in armoede wereldwijd veel vaker geconfronteerd met extreme weersomstandigheden die verband houden met de opwarming van de aarde. Bovendien kunnen ze zich hier minder goed tegen wapenen wegens een gebrek aan financiële middelen.

De verplichtingen uit internationale instrumenten

Verschillende internationale instrumenten erkennen het recht op gezondheidszorg. We bespreken in deze bijdrage artikel 12 ECOSOC-Verdrag (Verenigde Naties) en artikel 11 Herziene Europees Sociaal Handvest (Raad van Europa, hierna: ESH). Belangrijk om aan te stippen is evenwel de beperkte afdwingbaarheid van deze rechten. In principe zijn ze bindend, maar het toezicht op de naleving gebeurt door quasi-judiciële organen (ECOSOC-Comité voor het ECOSOC-Verdrag en het Europees Comité voor Sociale Rechten voor het ESH, hierna: ECSR), wiens uitspraken en adviezen niet bindend zijn. Bovendien kennen deze instrumenten geen directe werking in België. Niettemin blijven het verdragen waartoe België zich heeft verbonden, en kreeg het recht op gezondheid in beide instrumenten inhoudelijk verder invulling via conclusies, commentaren en klachtenprocedures.

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) kent dan weer een sterkere afdwingbaarheid, waar in klimaatzaken vaak gebruik van wordt gemaakt. Ondanks dat dit instrument geen recht op gezondheid bevat, erkent het een recht op leven (artikel 2) en het recht op een privéleven (artikel 8). Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) legt in dit kader een duidelijke verplichting op om preventieve maatregelen te nemen om personen hun leven te beschermen tegen vermijdbare risico’s zoals klimaatverandering. Ook in de Belgische klimaatzaken (Rb. Brussel (Fr.) 17 juni 2021; Brussel 30 november 2023) en de Nederlandse klimaatzaken (Rechtbank Den Haag 2015; Gerechtshof Den Haag 2018. Hoge Raad 2019) werd de koppeling tussen klimaatverandering en de rechten in het EVRM duidelijk gemaakt. De verschillende rechters oordeelden dat niet alle noodzakelijke maatregelen waren genomen om het (privé)leven van de eisers te vrijwaren van de nadelige gevolgen van klimaatverandering. Klimaatactie lijkt dan ook vereist om het recht op gezondheidszorg voor personen in armoede te garanderen.

De noodzaak van wetgevend initiatief

Het ECOSOC-Verdrag erkent, net als het ESH, het recht op gezondheidszorg voor eenieder en waarborgt een zo goed mogelijke lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg. Beide bepalingen krijgen een ruime invulling. Niet alleen een gezonde leefomgeving is van belang, maar ook onderliggende gezondheidsdeterminanten waar het klimaat een impact op heeft, zoals huisvesting, voedsel en water. Op basis van het recht op gezondheid geldt bovendien een voorzorgsbeginsel. Wanneer gezondheidsrisico’s door menselijk ingrijpen kunnen worden vermeden, zoals het geval is bij milieubedreigingen, is een wetgevend optreden nodig. Gelet op de reële dreiging van klimaatopwarming en de hierdoor toegenomen gezondheidsproblemen, kunnen we argumenteren dat klimaatactie deel uitmaakt van de verplichtingen van lidstaten onder dit beginsel. Daarnaast wordt zowel in het ECOSOC-Verdrag als in het ESH de noodzaak van aandacht voor de meest kwetsbaren onderstreept, waar ook personen in armoede toe behoren.

Een aspect dat zowel in artikel 12 ECOSOC-Verdrag als artikel 11 ESH naar voren komt, is de noodzaak van het voorkomen, het behandelen en het bestrijden van epidemische en endemische ziekten. Ook deze verplichting wint enkel aan belang in het licht van klimaatverandering. Zo werken de vervuiling van drinkwater en overstromingen de verspreiding van ziekten in de hand. Dit is bijzonder nefast voor de gezondheid van personen in armoede, die disproportioneel hard getroffen worden door dit noodweer: zo hebben de overstromingen in Verviers van 2021 het zwaarst toegeslagen in de wijken waar de mensen met de laagste inkomens wonen. De opwarming van de planeet zorgt daarnaast voor omstandigheden waarin nieuwe epidemieën die de volksgezondheid bedreigen, floreren. Fenomenen als erosie, droogte en overstromingen maken de planeet in toenemende mate onbewoonbaar, waardoor de mens in contact komt met organismen die onbekende infecties en virussen met zich meedragen. Bovendien nemen bestaande gezondheidsproblemen toe: stijgende temperaturen zorgen bijvoorbeeld voor de escalatie van hart-, ademhalings- en nierklachten. Ook dit heeft verregaande gevolgen voor de gezondheid van economisch kwetsbaren, aangezien het risico op hittestress bijvoorbeeld hoger ligt in de armere buurten van Brussel.

Het verbod op discriminatie

Bijzonder relevant in het licht van de gevolgen van klimaatverandering voor personen in armoede, is het verbod op discriminatie. De groep wordt immers vaker blootgesteld aan extreme weersomstandigheden, waardoor hun gezondheid mogelijk op disproportionele wijze geschaad wordt. Het principe loopt als een rode lijn doorheen het recht op gezondheid in artikel 12 ECOSOC-Verdrag en artikel 11 ESH, waarbij telkens de noodzaak tot voldoende aandacht voor de meest kwetsbaren in de maatschappij wordt onderstreept.

Een relevante zaak is de collectieve klacht ERTF t. Tsjechië, waarin het ECSR zich uitsprak over de onevenredige gezondheidsrisico’s en discriminatie in de toegang tot gezondheidszorg van de Tsjechische Roma. Tsjechië liet na preventieve maatregelen tegen vervuiling te nemen, waardoor Roma werden gedwongen in een ongezonde omgeving te leven. Daarnaast waren er geen redelijke stappen ondernomen om hun specifieke problemen inzake het recht op gezondheid aan te pakken. Het ECSR stelde een schending vast van artikel 11 ESH en benadrukte dat staten bijzondere aandacht moeten besteden aan de situatie van kwetsbare groepen, waarbij de impact van maatregelen steeds moet worden nagaan. Parallellen kunnen getrokken worden met de situatie van personen in armoede, aangezien zij eveneens onevenredige gezondheidsrisico’s ervaren (gelet op hun disproportionele blootstelling aan vervuiling en extreme weersomstandigheden) en het slachtoffer kunnen zijn van discriminatie in de toegang tot gezondheidszorg (gelet op gezondheidsongelijkheid). Klimaatactie lijkt dan ook vereist om het recht op gezondheidszorg voor personen in armoede te garanderen.

Ook voor het EHRM wordt het verbod op discriminatie aangewend in klimaatzaken. Zo stapten zes Portugese jongeren naar het Hof op grond van dit beginsel. In hun klacht, die uiteindelijk onontvankelijk werd verklaard, stelden ze dat hun recht op leven disproportioneel werd geschaad door een gebrekkig klimaatbeleid gelet op hun jonge leeftijd. In een andere klimaatzaak voor het EHRM werd wel degelijk een schending van het recht op privéleven in artikel 8 EVRM en het recht op eerlijk proces in artikel 6 EVRM vastgesteld wegens het uitblijven van klimaatactie. Verschillende andere zaken zijn nog hangende.

Hoewel de verzoekers in de zaak KlimaSeniorinnen zich niet expliciet op art. 14 EVRM beriepen, argumenteerden een aantal oudere Zwitserse vrouwen onder meer dat ze een zeer kwetsbare groep uitmaken die bijzonder benadeeld wordt door de stijgende temperaturen die ontstaan door klimaatverandering Een schending van de artikelen 2, 6, 8 en 13 EVRM werd ingeroepen. In deze zaak rezen ook vragen naar de ontvankelijkheid van de klacht en was het EHRM strikt in de toepassing van het statuut van slachtoffer. We bespreken dat in het kader van deze bijdrage niet nader.

Het Hof erkende in het arrest van de KlimaSeniorinnen dat het concrete gezondheidsrisico van excessieve uitstootgassen die de vrouwen liepen als leden van een bijzonder kwetsbare groep was aangetoond. Op basis van artikel 8 EVRM leidt het Hof uit het EVRM een recht af op doeltreffende bescherming tegen ernstige nadelige gevolgen voor hun leven, gezondheid, welzijn en levenskwaliteit die voortvloeien uit de schadelijke effecten en risico’s veroorzaakt door de klimaatverandering. Hieruit vloeit een positieve verplichting uit voor staten om effectief de nodige maatregelen te nemen en te implementeren.

Besluit: Wat leert de analyse in deze bijdrage ons?

Ten eerste vinden we een duidelijke verplichting voor de overheid om op te treden. Zo komt het aan de wetgever toe de nodige omstandigheden te creëren waarin een gezond leven kan worden geleid, rekening houdend met het volledige fysieke, mentale en sociale welzijn van personen. Waar klimaatverandering een negatieve impact heeft op de gezondheid, moeten de nodige beleidsstappen worden gezet. Dat actie dringend nodig én verplicht is, tonen de recente klimaatzaken aan.

Ten tweede moet bij het nemen van deze beleidsstappen bijzondere aandacht worden besteed aan  kwetsbare groepen, zoals personen in armoede. Willen staten voldoen aan hun internationale verplichtingen dan zullen administratieve, budgettaire, gerechtelijke, promotionele en andere maatregelen moeten worden genomen om de (gelijke) toegang tot gezondheidszorg te realiseren. Bij het ontwerpen en uitvoeren van dit klimaatbeleid moet bovendien steeds het verbod van discriminatie worden gerespecteerd, om te vermijden dat bepaalde maatregelen de reeds bestaande gezondheidsongelijkheid in de hand werken. Enkel op die manier kan de klimaattransitie werkelijk op rechtvaardige wijze tot stand komen.


Tijd voor Mensenrechten biedt een platform aan mensenrechtenexperten, en gaat de kwaliteit van bijdragen na voor die op het platform verschijnen. Analyses en standpunten blijven niettemin de verantwoordelijkheid van de auteur.


Marthe Delodder en Eleni De Becker

Prof. dr. Eleni De Becker is docent aan de VUB en legt zich in haar onderzoek toe op sociale grondrechten en op socialezekerheidsbescherming voor atypische werknemers. Marthe Delodder is doctoraatsstudente aan de VUB binnen het Sociaal Recht.

0 reacties

Een reactie achterlaten

Avatar plaatshouder

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *